| |
De bedoeling is dat je vlotter leert converseren over dagdagelijkse onderwerpen zoals werk en hobby, relaties, uiterlijk, tv, natuur, omgeving, enz.
Om dit te verwezenlijken zullen we onze basiswoordenschat moeten uitbreiden.
Op het gebied van de grammatica gaan we vooral aandacht besteden aan de verleden en de toekomende tijd. We leren de bijvoeglijke naamwoorden gebruiken, de conjunctief en het passief.
Uiteindelijk kan je:
- een (sollicitatie)brief schrijven,
- de karaktereigenschappen en uiterlijkheden van jezelf en van anderen beschrijven,
- je mening geven over allerlei onderwerpen,
- over het verleden vertellen,
- over je dromen en verlangens spreken,
- een reis boeken,
- een kamer in een hotel, een plaats in de trein reserveren,
- tickets aankopen,
- je auto laten repareren,
- een radio-uitzending, een tv-programma, of een film volgen en globaal begrijpen
...
Na dit schooljaar zou je je in Duitsland toch al behoorlijk uit de slag moeten kunnen trekken.
|